Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2002
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE1512.
10. De steller van het middel heeft niet onderkend dat de door hem geformuleerde uitgangspunten nu juist niet opgaan in geval van een pro forma dagvaarding. Het voorlopige karakter van de op 2 juni 1999 uitgebrachte dagvaarding brengt met zich dat de verdachte daaraan geen gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen dat hij voor enig feit, dat onder de daarin weergegeven feiten zou kunnen worden gebracht, niet afzonderlijk zou worden vervolgd (HR 29 maart 1994, NJ 1994, 577 rov. 5.3.2.; NJ 1988, 398 rov. 5.2.-5.3.). Daarom mocht de Officier van Justitie een tweede dagvaarding uitbrengen zoals hij op 6 september 1999 heeft gedaan en konden beide zaken ter terechtzitting van 21 september 1999 worden gevoegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7ada47b4630f374ca21d1ca36407a866d7d0c6616e119003f36cdb0210cb106c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7ada47b4630f374ca21d1ca36407a866d7d0c6616e119003f36cdb0210cb106c, en de alinea staat in dat document op bytes 11747 tot 12472.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7ada47b4630f374ca21d1ca36407a866d7d0c6616e119003f36cdb0210cb106c | shasum -a 256