Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2002

Alinea 62 Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE1529.

5 HR 24 september 1999, NJ 1999, 755 (zie vooral rov. 3.7); HR 25 februari 1994, NJ 1994, 450. Zoals in alinea 12 nader te bespreken, denk ik dat in deze zaken argumenten van verkeersbehoefte en/of (on)zorgvuldigheid aan de kant van de werknemer een beslissende (zij het uit de beslissingen niet zeer duidelijk naar voren komende) rol hebben gespeeld. Het is echter ook vaste rechtspraak - die eveneens in de al aangehaalde beslissingen tot uiting komt - dat louter stilzitten van de rechthebbende op zichzelf geen beroep op rechtsverwerking kan rechtvaardigen. De zojuist aangehaalde beslissingen laten echter zien dat er, onder omstandigheden, maar heel weinig aan verdere gedragingen van de rechthebbende vereist kan zijn, om diens stilzitten overigens als basis voor rechtsverwerking te aanvaarden; zie ook HR 29 november 1996, NJ 1997, 157.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d4dae64f97a4d5a13ee6072d4a11a40a11c1e6ba67fd8364eb660bd984107e0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d4dae64f97a4d5a13ee6072d4a11a40a11c1e6ba67fd8364eb660bd984107e0, en de alinea staat in dat document op bytes 24100 tot 24958.