Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2002

Alinea 67 Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE1529.

10 Zo wijzen Konijn t.a.p. en A-G Spier, conclusie voor HR 3 september 1999, NJ 1999, 734 onder nr. 3.32, er op dat werknemers de neiging zullen hebben om tijdens hun dienstverband betwiste aanspraken te laten rusten, omdat - kort gezegd - het ondernemen van actie tot repercussies zou kunnen leiden. Ik merk in dit verband op dat het mij maatschappelijk bepaald niet onwenselijk lijkt, dat werknemers niet genoodzaakt worden om hun werkgevers voortvarend aan te spreken, op straffe van verlies van hun aanspraken wegens rechtsverwerking. Zo wordt zowel de betrokkenen als de samenleving als geheel, waarschijnlijk heel wat aan strijd en onvrede bespaard. (Soortgelijke overwegingen gelden trouwens voor potentiële procespartijen in het algemeen - de wenselijkheid dat men conflictstof niet te lang laat rusten, heeft onmiskenbaar ook een keerzijde).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d4dae64f97a4d5a13ee6072d4a11a40a11c1e6ba67fd8364eb660bd984107e0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d4dae64f97a4d5a13ee6072d4a11a40a11c1e6ba67fd8364eb660bd984107e0, en de alinea staat in dat document op bytes 25573 tot 26438.