Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE1532.

2.6 Subonderdeel 5.1 betoogt daartoe dat het hof met dit oordeel de uit de geneeskundige behandelingsovereenkomst (art. 7:445 e.v. BW) voortvloeiende verplichtingen van de hulpverlener ten onrechte het karakter van een resultaatsverbintenis heeft toegekend, terwijl artikel 7:453 BW van een inspanningsverbintenis uitgaat. Volgens [eiser] c.s. is slechts van belang of [eiser 1] heeft gehandeld als een redelijk bekwaam en redelijk handelend neurochirurg in gelijke omstandigheden. Dat het hof een onjuiste maatstaf heeft gehanteerd (en daarmee van een onjuiste rechtsopvatting heeft blijk gegeven), zou volgens [eiser] c.s. hieruit blijken dat het hof niet doorslaggevend heeft geacht wat onder beroepsgenoten gebruikelijk is, het niet nodig heeft geacht daarover een deskundige te horen en (kennelijk) geen betekenis heeft toegekend aan en niet is ingegaan op de beslissing van het Medisch Tuchtcollege.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4fd7345f9e24cfced14321c9adf4d0a774db31742323499efa2166791040fcc0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4fd7345f9e24cfced14321c9adf4d0a774db31742323499efa2166791040fcc0, en de alinea staat in dat document op bytes 21156 tot 22074.