Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002
Alinea 69 Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE1532.
2.25 Naar mijn mening kan uit rov. 4.14 niet worden afgeleid dat het hof zich slechts op de stellingen van [eiser] c.s. in hoger beroep heeft gebaseerd. Het hof heeft in rov. 4.14 (ook) in meer algemene zin overwogen dat "(z)ulks (...) echter door hen geenszins is gesteld." Kennelijk is het hof van oordeel dat [eiser] c.s. ook in eerste aanleg niet hebben gesteld "dat de door [eiser 1] op niveau L2-L3 geconstateerde afwijking tezelfdertijd tot operatie zou hebben geleid met dezelfde gevolgen indien het ingrijpen van [eiser 1] op 7 december 1995 zou zijn uitgebleven". Ook daarom wordt het bewijsaanbod van [eiser] c.s. als te vaag en niet ter zake dienend gepasseerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4fd7345f9e24cfced14321c9adf4d0a774db31742323499efa2166791040fcc0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4fd7345f9e24cfced14321c9adf4d0a774db31742323499efa2166791040fcc0, en de alinea staat in dat document op bytes 36256 tot 36943.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4fd7345f9e24cfced14321c9adf4d0a774db31742323499efa2166791040fcc0 | shasum -a 256