Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE1533.

1.3 Bij dagvaarding van 25 april 1998 heeft [eiser] [verweerster] voor de kantonrechter Rotterdam doen dagvaarden. [Eiser] heeft gevorderd [verweerster] tot betaling van een bedrag van f 57.714,34 bruto te veroordelen. Volgens [eiser] is het door [verweerster] gegeven ontslag kennelijk onredelijk, omdat [eiser] is ontslagen zonder dat voor hem een passende voorziening is getroffen. Daardoor heeft [verweerster] de onevenredigheid tussen haar eigen belang bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst en de daarvan te verwachten nadelige gevolgen voor [eiser] veronachtzaamd. De vergoeding conform het Sociaal Plan is, nog steeds volgens [eiser], in dit geval niet passend. [eiser] heeft zich bovendien op het standpunt gesteld dat hij niet aan het Sociaal Plan is gebonden, nu dit niet als een CAO kan gelden en niet mede door zijn vakorganisatie is ondertekend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f18e67c744e6d4e18af7daec03dc12c360d87a19ffa88b7679b09db16b60897d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f18e67c744e6d4e18af7daec03dc12c360d87a19ffa88b7679b09db16b60897d, en de alinea staat in dat document op bytes 8539 tot 9416.