Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE1533.

2.3 Volgens Van der Grinten dient het woord "kennelijk" aldus te worden verstaan, dat de autonomie van partijen tot eenzijdige beëindiging van de overeenkomst in beginsel wordt erkend, maar dat aan die autonomie een grens wordt gesteld, in die zin, dat het ontslag kennelijk onredelijk is, indien een redelijk handelende partij niet tot de beslissing van beëindiging had kunnen komen. Van der Grinten noemt de rechterlijke toetsing van het ontslag in dit verband een marginale toetsing.(6)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f18e67c744e6d4e18af7daec03dc12c360d87a19ffa88b7679b09db16b60897d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f18e67c744e6d4e18af7daec03dc12c360d87a19ffa88b7679b09db16b60897d, en de alinea staat in dat document op bytes 13826 tot 14330.