Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002
Alinea 102 Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE1535.
15. Wat leren de arresten BNB 1992/109, BNB 1992/170 en BNB 1996/247 ons voor de onderhavige zaak? Goed beschouwd niet zo veel. In gevallen waarin aannemelijk is dat de houder van een obligatie bij aflossing of tussentijdse verkoop een opbrengst zal ontvangen gelijk aan de nominale waarde, moet hij het agio gedurende de bezitsduur geleidelijk ten laste van zijn winst brengen; dat is duidelijk geworden. Maar over de vraag waarom het in het onderhavige geval gaat, of het agio evenzeer als kostenpost moet worden toegerekend aan de jaren waarin de hogere rente wordt genoten indien niet zonder meer kan worden aangenomen dat in de toekomst (slechts) de nominale waarde van de obligatie zal worden geïncasseerd, zeggen de arresten niets.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe45c2c7699b43a665882ba5b9eb4c2548f3d7c4f31f52aaee377d55cc1fa6de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe45c2c7699b43a665882ba5b9eb4c2548f3d7c4f31f52aaee377d55cc1fa6de, en de alinea staat in dat document op bytes 37050 tot 37802.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fe45c2c7699b43a665882ba5b9eb4c2548f3d7c4f31f52aaee377d55cc1fa6de | shasum -a 256