Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002
Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE1536.
2.18 Volgens subonderdeel 2.3.4. brengt gegrondheid van één of meer van de voorafgaande subonderdelen mee dat de beslissing van rov. 27 en de daarop voortbouwende beslissingen van de rov. 28-30 niet in stand kunnen blijven. Indien (i) de uitleg en toepassing door het hof van art. 10.1 jo 10.3 onbegrijpelijk is en (ii) die onbegrijpelijkheid (mede) samenhangt met de uitleg die het hof in rov. 9 aan art. 10.4 heeft gegeven, is volgens het subonderdeel zonder nadere redengeving, die ontbreekt, niet begrijpelijk waarom het hof in rov. 27 heeft aangenomen dat de regel van art. 10.4 specifiek ziet op de situatie van art. 10.3.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e1d3c6a225ea95e7ed820471d2a33289c33a7c1c485c42c94b239270861104ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e1d3c6a225ea95e7ed820471d2a33289c33a7c1c485c42c94b239270861104ae, en de alinea staat in dat document op bytes 35432 tot 36076.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e1d3c6a225ea95e7ed820471d2a33289c33a7c1c485c42c94b239270861104ae | shasum -a 256