Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002
Alinea 85 Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE1536.
14 Men zou hier nog kunnen denken aan een toepassing van het zogenaamde 'contra-proferentem'-beginsel, zij het dat dit beginsel niet met zoveel woorden is genoemd en van een zuivere toepassing daarvan ook geen sprake zou zijn. De litigieuze voorwaarden zijn immers van de makelaar van verzekerde en niet van de betrokken verzekeraars afkomstig. Ook wordt het beginsel in het bijzonder van toepassing geacht in verband met overeenkomsten met consumenten. Daarvan is in het onderhavige geval geen sprake. Vast staat immers dat [verweerster] is meeverzekerd op de polis van haar moedervennootschap Koninklijke Volker Stevin N.V.. Zie over het contra-proferentem-beginsel Asser-Hartkamp 4-II, 2001, 287 met daar genoemde literatuur; Asser-Clausing-Wansink, 1998, nrs. 182, 183 en met name 184. In Asser-Clausing-Wansink, nr. 184, wordt het standpunt ingenomen dat toepassing van de contra-proferentem-regel in veel gevallen ook gerechtvaardigd kan zijn ten gunste van een professionele verzekerde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e1d3c6a225ea95e7ed820471d2a33289c33a7c1c485c42c94b239270861104ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e1d3c6a225ea95e7ed820471d2a33289c33a7c1c485c42c94b239270861104ae, en de alinea staat in dat document op bytes 40661 tot 41667.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e1d3c6a225ea95e7ed820471d2a33289c33a7c1c485c42c94b239270861104ae | shasum -a 256