Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2002
Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE1545.
7. Het Hof overwoog, samengevat, het volgende. In het onderhavige geval doet een situatie van onbevoegdheid op grond van litispendentie in de zin van art. 21 lid 1 jo lid 2 EVEX zich niet voor, omdat de bij de rechtbank te Oslo aanhangige bodemprocedure en het onderhavige kort geding niet "hetzelfde" onderwerp hebben in de zin van dat artikel. Aangezien Spray haar statutaire zetel te Amsterdam heeft, is op grond van art. 2 lid 1 jo 53 lid 1 EVEX (onder meer) de Rechtbank te Amsterdam in beginsel bevoegd van het bodemgeschil betreffende de onderhavige vorderingen van Telenor c.s. jegens Spray kennis te nemen. Hieruit volgt dat de President van een zodanig bevoegde rechtbank bevoegd is een voorlopige voorziening in kort geding te treffen. Het is dan niet nodig diens bevoegdheid (mede) op art. 24 EVEX te doen steunen. Alleen in laatstgenoemd geval moet blijkens de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen een in kort geding toegewezen voorschot op een contractuele tegenprestatie voldoen aan nadere eisen, wil een zodanige uitspraak worden aangemerkt als een "voorlopige maatregel" in de zin van art. 24 EVEX. De President heeft zich derhalve ten onrechte onbevoegd verklaard.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd7d85c74ff37dd3eca7f6cdf96c10b5f99b371547f806d99da35c182742f317. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd7d85c74ff37dd3eca7f6cdf96c10b5f99b371547f806d99da35c182742f317, en de alinea staat in dat document op bytes 10164 tot 11391.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fd7d85c74ff37dd3eca7f6cdf96c10b5f99b371547f806d99da35c182742f317 | shasum -a 256