Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2002
Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE1545.
12. De tweede opmerking betreft de uitlegging van het EVEX. De bevoegdheidsregeling en de regeling inzake de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen van het EEX en het EVEX zijn nagenoeg gelijkluidend. Het belang van de vraag of het EEX dan wel het EVEX van toepassing is, betreft daarom niet zozeer de inhoud van de regeling (de in de onderhavige zaak aan de orde zijnde bepalingen van het EVEX stemmen woordelijk overeen met de overeenkomstige bepalingen van het EEX), maar vooral de uitlegging. Het EVEX is geen bron van gemeenschapsrecht. De uitlegging van het EVEX is, anders dan die van het EEX, dan ook niet opgedragen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. De eenvormige uitleg van het EVEX wordt ingevolge art. 65 EVEX geregeld door Protocol 2 bij het EVEX, dat bepaalt dat de verdragsluitende staten bij de uitleg van het EVEX naar behoren rekening houden met de beginselen vervat in alle relevante beslissingen van de gerechten van andere verdragsluitende staten. De vraag of bij de uitlegging van het EVEX ook rekening behoort te worden gehouden met de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen op het EEX laat het Tweede Protocol ongeregeld. In een bij het EVEX behorende Verklaring van de Vertegenwoordigers van de Regeringen van de Staten die het EVEX hebben ondertekend en lid zijn van de Europese Vrijhandelsassociatie wordt evenwel aangegeven dat deze vertegenwoordigers het juist achten dat hun gerechten bij de uitlegging van het EVEX naar behoren rekening houden met de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen en van de gerechten van de Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen inzake de bepalingen van het EEX die in hoofdzaak in het EVEX zijn opgenomen. Zie Kluwers Burgerlijke Rechtsvordering, losbl., Verdragen & Verordeningen, Parallelverdrag (EVEX) c.a., Inleiding, aant. 6 (P. Vlas). Hoewel genoemde Verklaring niet betrekking heeft op de vraag of de gerechten van de EG-lidstaten bij de uitlegging van het EVEX dezelfde gedragslijn moeten volgen, ligt het uit het oogpunt van de wenselijkheid van eenvormige uitlegging van het EVEX voor de hand dat de gerechten van deze staten zich bij de uitlegging van het EVEX door de in de Verklaring uitgesproken intentie laten leiden. Vgl. Duintjer Tebbens, a.w., blz. 79. Bij de in de onderhavige zaak aan de orde gestelde vraag van uitleg van art. 24 EVEX zal derhalve naar behoren rekening moeten worden gehouden met de jurisprudentie op art. 24 EEX van met name het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd7d85c74ff37dd3eca7f6cdf96c10b5f99b371547f806d99da35c182742f317. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd7d85c74ff37dd3eca7f6cdf96c10b5f99b371547f806d99da35c182742f317, en de alinea staat in dat document op bytes 14477 tot 17066.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fd7d85c74ff37dd3eca7f6cdf96c10b5f99b371547f806d99da35c182742f317 | shasum -a 256