Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2002
Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE1545.
14. De kortgedingrechter heeft ook de mogelijkheid om zijn bevoegdheid te ontlenen aan de artt. 2 en 5-18 EEX. Volgens het Hof van Justitie in de Van Uden-uitspraak is het gerecht dat krachtens die bepalingen bevoegd is in de bodemzaak, zonder meer bevoegd om de nodige voorlopige en/of bewarende maatregelen te treffen (r.o. 22):
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd7d85c74ff37dd3eca7f6cdf96c10b5f99b371547f806d99da35c182742f317. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd7d85c74ff37dd3eca7f6cdf96c10b5f99b371547f806d99da35c182742f317, en de alinea staat in dat document op bytes 18635 tot 18978.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fd7d85c74ff37dd3eca7f6cdf96c10b5f99b371547f806d99da35c182742f317 | shasum -a 256