Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2002

Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE1545.

15. Wanneer een vordering tussen dezelfde partijen welke hetzelfde onderwerp betreffen en op dezelfde oorzaak berusten, voor gerechten van verschillende Verdragsluitende Staten aanhangig zijn, is art. 21 EEX van toepassing. Op grond van het eerste lid houdt het gerecht waarbij de zaak het laatst is aangebracht zijn uitspraak ambtshalve aan totdat de bevoegdheid van het gerecht waarbij de zaak het eerst is aangebracht, vaststaat. Het tweede lid bepaalt dat wanneer de bevoegdheid vaststaat van het gerecht waarbij de zaak het eerst is aangebracht, het gerecht waarbij de zaak het laatst is aangebracht, zich onbevoegd verklaart. Achtergrond van deze regeling is dat in het belang van een goede rechtsbedeling, parallelle procedures voor de gerechten van de verschillende verdragsluitende Staten en met elkaar strijdige beslissingen die daarvan het gevolg kunnen zijn, dienen te worden voorkomen. Vgl. HvJ EG 8 december 1987, zaak 144/86 (Gubisch/Palumbo), Jur. 1987, p. 4861, NJ 1989, 420 nt. JCS; HvJ EG 6 december 1994, zaak C-406/92 (Ship Tatry), Jur. 1994, p. I-5439, NJ 1995, 659 nt. ThMdB.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd7d85c74ff37dd3eca7f6cdf96c10b5f99b371547f806d99da35c182742f317. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd7d85c74ff37dd3eca7f6cdf96c10b5f99b371547f806d99da35c182742f317, en de alinea staat in dat document op bytes 19341 tot 20452.