Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2002

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE1545.

17. In de onderhavige zaak heeft het Hof de bevoegdheid van de Nederlandse kortgedingrechter niet gebaseerd op art. 24 EVEX, maar op art. 2 EVEX. Ten aanzien van de vraag of art. 21 EVEX in dit geval (vordering tot betaling van een voorschot op een contractuele tegenprestatie) eraan in de weg staat bevoegdheid van de Nederlandse rechter op grond van art. 2 EVEX aan te nemen, zijn twee benaderingen mogelijk. Volgens de ene benadering dient, nu in art. 2 EVEX geen onderscheid wordt gemaakt naar gelang de aard van de ingestelde procedure (bodemgeschil of kort geding) en uit de Van Uden-uitspraak bovendien blijkt dat de bevoegdheid tot het treffen van een voorlopige maatregel een afgeleide is van de bevoegdheid om kennis te nemen van het bodemgeschil, art. 21 EVEX toepassing te vinden. In deze zin Kramer, a.w., blz. 146. Volgens de andere benadering is, nu een voorlopige voorziening naar zijn aard niet de bevoegdheid in de bodemprocedure kan doorkruisen, art. 21 EVEX niet toepasselijk in de situatie dat de bodemprocedure en de procedure tot het treffen van voorlopige voorzieningen in verschillende verdragsstaten aanhangig zijn gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd7d85c74ff37dd3eca7f6cdf96c10b5f99b371547f806d99da35c182742f317. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd7d85c74ff37dd3eca7f6cdf96c10b5f99b371547f806d99da35c182742f317, en de alinea staat in dat document op bytes 21774 tot 22937.