Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2002
Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE1545.
Uit deze overwegingen volgt dat onderscheid moet worden gemaakt tussen de bevoegdheid tot het treffen van "gewone" voorlopige of bewarende maatregelen (bijv. verlof tot het leggen van beslag) en van voorlopige maatregelen die bestaan uit de betaling van een voorschot op een contractuele tegenprestatie. Bij de eerste categorie voorlopige en bewarende maatregelen, kan de op de grond van de artt. 2 t/m 18 EEX bevoegde rechter zich steeds bevoegd achten tot het treffen van zodanige maatregelen, ook al is de bodemprocedure reeds aanhangig bij het gerecht van een andere verdragsstaat. De beslissing van dit laatste gerecht kan immers niet worden doorkruist door de getroffen maatregel. Art. 21 EEX staat aan bevoegdheid tot het treffen van een zodanige maatregel dan ook niet in de weg. Gaat het om een voorschot op een contractuele tegenprestatie, dan kan de getroffen maatregel de beslissing van de bodemrechter naar het oordeel van het Hof van Justitie wèl doorkruisen en kunnen de bevoedheidsregels van het EEX dus worden omzeild. De eerste benadering moet derhalve voor juist worden gehouden: art. 21 EEX staat, indien de bodemprocedure reeds bij het gerecht van een andere verdragsstaat aanhangig is, aan bevoegdheid tot het treffen van een voorlopige maatregel inhoudende veroordeling tot betaling van een voorschot in de weg.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd7d85c74ff37dd3eca7f6cdf96c10b5f99b371547f806d99da35c182742f317. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd7d85c74ff37dd3eca7f6cdf96c10b5f99b371547f806d99da35c182742f317, en de alinea staat in dat document op bytes 24253 tot 25602.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fd7d85c74ff37dd3eca7f6cdf96c10b5f99b371547f806d99da35c182742f317 | shasum -a 256