Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2002

Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE1545.

20. Namens Telenor c.s. is in de schriftelijke toelichting als bezwaar naar voren is gebracht dat een en ander leidt tot een labiel en willekeurig bevoegdheidssysteem in de situatie dat éérst een kortgedingvordering in de ene verdragsstaat aanhangig wordt gemaakt en daarna een bodemprocedure in de andere verdragsstaat. Het bezwaar is m.i. ongegrond. Wanneer Telenor c.s. in Nederland eerst een kortgedingprocedure tot betaling van een voorschot aanhangig hadden gemaakt, was de Nederlandse President in kort geding zonder meer bevoegd geweest om van dit geschil kennis te nemen op grond van art. 2 EVEX. Wanneer Telenor c.s. vervolgens in Noorwegen een bodemprocedure hadden aangespannen, is ten aanzien van de bevoegdheid van de Nederlandse kortgedingrechter art. 21 EVEX niet aan de orde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd7d85c74ff37dd3eca7f6cdf96c10b5f99b371547f806d99da35c182742f317. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd7d85c74ff37dd3eca7f6cdf96c10b5f99b371547f806d99da35c182742f317, en de alinea staat in dat document op bytes 26743 tot 27551.