Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE1547.

2.5. De bij de vereffening in acht te nemen volgorde is hiermee duidelijk geworden. Diverse commentatoren hebben erop gewezen dat met het arrest van 26 juni 1998 nog niet alle vragen zijn beantwoord(7). Eén van de onbeantwoorde vragen is, in hoeverre bij het vaststellen van de "opbrengst van de onbelaste goederen" zoals bedoeld in het arrest van 26 juni 1998 rekening moet worden gehouden met de omslag van de faillissementskosten. Sedert HR 30 juni 1995, NJ 1996, 554 m.nt. S.C.J.J. Kortmann (rov. 3.9), staat vast dat onder de algemene faillissementskosten, bedoeld in art. 182 Fw, alle boedelschulden vallen met dien verstande dat de bijzondere faillissementskosten erbuiten vallen(8).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbb4b3407b21fa608497045ce91c1f47e6b6e32eaddd7ce1836b3ef0a67028aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbb4b3407b21fa608497045ce91c1f47e6b6e32eaddd7ce1836b3ef0a67028aa, en de alinea staat in dat document op bytes 13090 tot 13795.