Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE1547.

2.6. De curator heeft in zijn concept-eindafrekening(9) de baten van de boedel gesteld op f 308.045,47, waarvan f 30.000,- de opbrengst is van de stil verpande goederen en het restant, f 278.045,47, de opbrengst is van onbelaste goederen (het zgn. vrije actief). De curator heeft in zijn concept-eindafrekening de totale boedelschuld gesteld op f 238.093,17, waaronder begrepen een post van f 30.000,- terzake van "afdracht bank opbrengst stil verpande goederen"(10). In de berekening van de curator komt het voor verdeling onder de preferente crediteuren (fiscus en bedrijfsvereniging) beschikbare bedrag uit op (f 308.045,47 min f 238.093,17 =) f 69.952,30. Dit bedrag moet naar rato van ieders vordering worden verdeeld tussen de Ontvanger en de Bedrijfsvereniging, waarna volgens de concept-afrekening voor de fiscus f 58.883,53 als uitkering beschikbaar is(11). Vast staat dat de ex art. 21 lid 2 Iw 1990 bevoorrechte vordering van de Ontvanger in het faillissement f 258.658,46 bedraagt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbb4b3407b21fa608497045ce91c1f47e6b6e32eaddd7ce1836b3ef0a67028aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbb4b3407b21fa608497045ce91c1f47e6b6e32eaddd7ce1836b3ef0a67028aa, en de alinea staat in dat document op bytes 13815 tot 14821.