Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE1547.

2.15. Wanneer op voorhand duidelijk is dat het vrije actief en de opbrengst van de verpande goederen tezamen nog niet genoeg zijn om de bevoorrechte vordering van de fiscus te voldoen kan de curator zich het rekenwerk besparen. In de onderhavige zaak heeft de rechtbank in rov. 3.2 zich de afwikkeling voorgesteld als volgt. De uitkering aan de Ontvanger overeenkomstig de concept-afrekening van de curator, f 58.883,53, wordt in mindering gebracht op de vordering van de Ontvanger. Alsdan resteert een vordering van (f 258.658,46 min f 58.883,53 =) f 199.774,93. Dat bedrag is hoger dan de opbrengst van de verpande goederen ad f 30.000,-. Voor dit restant van zijn vordering kan de Ontvanger zich op grond van art. 21 lid 2 Iw 1990 met voorrang boven de pandhouder verhalen op de gehele opbrengst van de stil verpande goederen. Daarbij dient volgens de rechtbank onder "opbrengst" te worden verstaan de verkoopopbrengst verminderd met de kosten van de (executoriale) verkoop. Het praktische argument van de curator gaat in dit geval dus niet op. Dit voert tot de slotsom dat de rechtsklacht faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbb4b3407b21fa608497045ce91c1f47e6b6e32eaddd7ce1836b3ef0a67028aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbb4b3407b21fa608497045ce91c1f47e6b6e32eaddd7ce1836b3ef0a67028aa, en de alinea staat in dat document op bytes 22650 tot 23762.