Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE1554.

Voorzover in subonderdeel 2.4 wordt gesteld dat het hof zijn oordeel mede heeft doen steunen op de drie aldaar genoemde omstandigheden, mist het m.i. feitelijke grondslag. Voor het overige stuit het af op het feit dat hetgeen het hof in r.o. 5.4 over plannen tot samenwerking heeft overwogen, geenszins onbegrijpelijk is in het licht van de door het subonderdeel vermelde stellingen van ING in feitelijke instanties. En omdat het om plannen tot samenwerking ging, ligt het in casu anders dan in het in subonderdeel 2.2 genoemde geval van een gewone girale betaling (in zo'n geval pleegt aan een betaling ook geen bespreking op het kantoor van de bank vooraf te gaan).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c045d73cd330d16ed34142fff371d7145d63d08713c661602307b92686cbbc7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c045d73cd330d16ed34142fff371d7145d63d08713c661602307b92686cbbc7, en de alinea staat in dat document op bytes 11082 tot 11763.