Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2002

Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2099.

Corstens merkt in zijn noot onder dit arrest evenwel op dat het arrest niet uitsluit dat een bij de politie afgelegde belastende getuigenverklaring het enige bewijsmiddel is waaruit de betrokkenheid van de verdachte bij het feit rechtstreeks volgt. Ik deel dat oordeel. Het arrest lijkt slechts een oproepingsplicht in het leven te roepen van de getuige die eerst een belastende verklaring aflegt, welke het enige bewijsmiddel is waaruit verdachtes betrokkenheid bij het tenlastegelegde feit rechtstreeks kan volgen en welke verklaring nadien door die getuige ten overstaan van een rechter wordt ingetrokken. Wanneer blijkt dat de justitiële autoriteiten getracht hebben die getuige ter terechtzitting op te roepen, maar wanneer die getuige niet verschijnt en verdere oproeping zinloos is gebleken, staat het de rechter immers vrij de in het opsporingsonderzoek afgelegde verklaring van de getuige voor het bewijs te bezigen.(4)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2eb88c3824ffc54d787b367fe13d7d5af5ab48c6735b81785af98c3a0d705800. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2eb88c3824ffc54d787b367fe13d7d5af5ab48c6735b81785af98c3a0d705800, en de alinea staat in dat document op bytes 14012 tot 14955.