Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2002
Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2099.
In een recent arrest heeft het EHRM nog eens benadrukt dat als er, ondanks inspanningen van alle procesdeelnemers, geen gelegenheid is geweest tot ondervraging het bewijs niet uitsluitend op een in het vooronderzoek afgelegde getuigenverklaring mag worden gebaseerd.(6) De reden waarom de getuige geen verklaring aflegt lijkt daarbij geen gewicht in de schaal te leggen.(7) Of de getuige niet verschijnt of dat niet te verwachten valt dat hij binnen een aanvaardbare termijn zal verschijnen of dat hij wel verschijnt maar weigert een verklaring af te leggen is niet relevant. Centraal staat de vraag of de verdachte de getuige wel of niet heeft kunnen ondervragen. In dat opzicht lijken de Europese normen dus strenger dan die van de Hoge Raad, in wiens ogen een beroep op een verschoningsrecht door een opgeroepen en verschenen getuige niet aan het gebruik voor het bewijs van een eerder afgelegde verklaring in de weg behoeft te staan.(8)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2eb88c3824ffc54d787b367fe13d7d5af5ab48c6735b81785af98c3a0d705800. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2eb88c3824ffc54d787b367fe13d7d5af5ab48c6735b81785af98c3a0d705800, en de alinea staat in dat document op bytes 15707 tot 16660.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2eb88c3824ffc54d787b367fe13d7d5af5ab48c6735b81785af98c3a0d705800 | shasum -a 256