Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2002
Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2099.
3.15. Het enkele feit dat de verdediging niet in staat is geweest een - tevergeefs opgeroepen - belangrijke getuige niet te horen, hoeft mijns inziens niet per se te leiden tot het oordeel dat geen sprake is geweest van een fair trial. Bedacht dient te worden dat het EHRM de procedure in zijn geheel op zijn fairness beoordeelt zodat het onthouden van het ondervragingsrecht onder omstandigheden kan worden gecompenseerd door andere factoren. Zo spelen de inspanningen die de justitiële autoriteiten hebben verricht om het ondervragingsrecht te verwezenlijken, ook in de Europese rechtspraak, een rol(12). Wanneer justitie geen enkel verwijt kan worden gemaakt omtrent het niet verschijnen van een getuige, bijvoorbeeld omdat de getuige in kwestie inmiddels is overleden, lijkt dat aan gebruik van het proces-verbaal inhoudende de verklaring van die getuige niet in de weg te staan.(13)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2eb88c3824ffc54d787b367fe13d7d5af5ab48c6735b81785af98c3a0d705800. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2eb88c3824ffc54d787b367fe13d7d5af5ab48c6735b81785af98c3a0d705800, en de alinea staat in dat document op bytes 20381 tot 21283.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2eb88c3824ffc54d787b367fe13d7d5af5ab48c6735b81785af98c3a0d705800 | shasum -a 256