Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2002
Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2099.
3.16. Ten aanzien van de moeite die de justitiële autoriteiten zich hebben getroost om het ondervragingsrecht te verwezenlijken kan het volgende worden opgemerkt. De getuige [het slachtoffer] is ter terechtzitting op 2 november 2000 verschenen, maar wilde aldaar geen verklaring afleggen. Zij verklaarde te zijn verschenen als benadeelde partij en er niet op te hebben gerekend om als getuige te worden gehoord. Na verwijzing naar de rechter-commissaris is de getuige niet meer gehoord kunnen worden, terwijl zij in ieder geval tot die tijd, ook als benadeelde partij, kennelijk wél was te bereiken. Niet blijkt dat de rechter-commissaris een bevel medebrenging heeft gegeven, terwijl evenmin blijkt dat de getuige is 'ge-VIPS-t'. Gelet op de levensstijl van de getuige komt een eventuele detentie mij toch niet geheel denkbeeldig voor. Datzelfde geldt voor de getuigen [getuige 1] en [getuige 2]. In zoverre verschilt de zaak naar mijn smaak met de casus die ten grondslag lag aan het arrest van HR NJ 1999, 74, waarin de politie in een proces-verbaal volgens de A-G "verslag doet van haar vele pogingen de getuige te bereiken" en tevens een bevel medebrenging was gegeven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2eb88c3824ffc54d787b367fe13d7d5af5ab48c6735b81785af98c3a0d705800. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2eb88c3824ffc54d787b367fe13d7d5af5ab48c6735b81785af98c3a0d705800, en de alinea staat in dat document op bytes 21993 tot 23183.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2eb88c3824ffc54d787b367fe13d7d5af5ab48c6735b81785af98c3a0d705800 | shasum -a 256