Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2002
Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2099.
3.17. De vraag is voorts of verzoeker de mogelijkheid heeft gehad om de betrouwbaarheid van de getuigen op een andere wijze in twijfel te trekken. Mijns inziens geldt in dat opzicht dat ten aanzien van feit 1 het wellicht voor de hand had gelegen de arts die het slachtoffer [het slachtoffer] op de avond van de verkrachting heeft onderzocht als getuige te horen. In het medisch verslag (dat deels als bewijsmiddel 3 is opgenomen) wordt immers onder meer gewag gemaakt van "pijn en spierspanning". Mij dunkt dat de arts iets zinnigs had kunnen verklaren over de aannemelijkheid van eventueel uitgeoefend geweld op het slachtoffer.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2eb88c3824ffc54d787b367fe13d7d5af5ab48c6735b81785af98c3a0d705800. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2eb88c3824ffc54d787b367fe13d7d5af5ab48c6735b81785af98c3a0d705800, en de alinea staat in dat document op bytes 23429 tot 24072.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2eb88c3824ffc54d787b367fe13d7d5af5ab48c6735b81785af98c3a0d705800 | shasum -a 256