Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2002
Alinea 72 Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2099.
Overigens deel ik de in het middel opgeworpen suggestie dat het slachtoffer met betrekking tot de herkenning "niet erg stellig" is, niet. Het feit dat het slachtoffer gedetailleerd aangeeft welke punten zij "met name" herkent in het gezicht van de man op de foto doet haar verklaring mijns inziens juist aan geloofwaardigheid winnen. Ook het enkele feit dat getuige [getuige 4] aangeeft dat het haar van de man op de getoonde foto iets meer naar voren zat dan dat van de man bij wie zij het slachtoffer zag instappen, lijkt mij aan een bewezenverklaring niet in de weg te hoeven staan. Daarbij mede in aanmerking genomen dat de fotoconfrontatie een half jaar na het delict heeft plaatsgevonden en het bovendien niet ondenkbeeldig is dat verzoeker in de tussenliggende periode naar de kapper is geweest of zijn kapsel heeft veranderd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2eb88c3824ffc54d787b367fe13d7d5af5ab48c6735b81785af98c3a0d705800. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2eb88c3824ffc54d787b367fe13d7d5af5ab48c6735b81785af98c3a0d705800, en de alinea staat in dat document op bytes 27639 tot 28485.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2eb88c3824ffc54d787b367fe13d7d5af5ab48c6735b81785af98c3a0d705800 | shasum -a 256