Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2002
Alinea 99 Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2099.
14 Zie P.S. vs. Germany, EHRM 20 december 2001. In deze zaak was het bewijs van seksueel misbruik met name gebaseerd op de verklaringen van de moeder van het jeugdige slachtoffer met betrekking tot haar dochters versie van de gebeurtenissen, de verklaring van de politieambtenaar die het meisje had gehoord en het rapport van een psycholoog die de verklaringen van het slachtoffer geloofwaardig achtte. Weliswaar werd een schending van art. 6 EVRM aangenomen, omdat de verdediging niet de mogelijkheid had gekregen om het slachtoffer te (doen) ondervragen, maar hieraan lijkt voornamelijk debet het lange tijdsverloop (18 maanden) tussen de gebeurtenissen en het opmaken van het psychologisch rapport. Zie rov. 29.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2eb88c3824ffc54d787b367fe13d7d5af5ab48c6735b81785af98c3a0d705800. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2eb88c3824ffc54d787b367fe13d7d5af5ab48c6735b81785af98c3a0d705800, en de alinea staat in dat document op bytes 33002 tot 33729.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2eb88c3824ffc54d787b367fe13d7d5af5ab48c6735b81785af98c3a0d705800 | shasum -a 256