Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2002
Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2109.
11. Het aan de verdachte tenlastegelegde feit (afpersing met behulp van een vuurwapen) betreft naar zijn aard een ernstig feit. Uit 's hofs vaststellingen volgt dat het defungeren van de raadsman van verdachte en de noodzaak een andere raadsman toe te voegen heeft geleid tot vertraging van de procedure. Niet kan worden gezegd dat deze vertraging valt toe te rekenen aan het openbaar ministerie. Veronderstellende dat de redelijke termijn inderdaad, zoals het hof meent, is overschreden en in aanmerking nemende dat in de onderhavige zaak de tijd die met de behandeling van de zaak in eerste aanleg en in hoger beroep gemoeid is geweest, een niet als uitzonderlijk aan te merken overschrijding oplevert van de periodes die hiervoor onder 6 en 8 als uitgangspunten zijn vermeld, is een beslissing als door het hof genomen, te weten dat sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn die tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in zijn strafvervolging dient te leiden, onbegrijpelijk. Dat wordt niet anders doordat, naar eveneens uit 's hofs vaststellingen volgt, de ernst van het feit in deze zaak een zekere relativering verdient.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a72e9de5c79dd47ce76315c1b27fb0071c433b2af75058d2588aac908ae6a38c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a72e9de5c79dd47ce76315c1b27fb0071c433b2af75058d2588aac908ae6a38c, en de alinea staat in dat document op bytes 15356 tot 16532.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a72e9de5c79dd47ce76315c1b27fb0071c433b2af75058d2588aac908ae6a38c | shasum -a 256