Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002
Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2113.
4. In HR 16 oktober 1992 ging het om een werknemer die een aanrijding veroorzaakte toen hij in opdracht van zijn werkgever en aldus ter uitvoering van de arbeidsovereenkomst met zijn eigen auto een pakje voor zijn werkgever wegbracht; de werknemer sprak de werkgever aan voor de schade aan zijn auto. De Hoge Raad stelde voorop dat er weliswaar geen rechtsregel bestaat die meebrengt dat de werkgever aansprakelijk is voor schade aan zaken van de werknemer indien deze die zaken bij het verrichten van zijn taak gebruikt, in het bijzonder niet indien de schade door de schuld van de werknemer zelf is ontstaan, doch dat dit in beginsel anders is in een geval dat hierdoor wordt gekenmerkt dat het gebruik dat de werknemer krachtens zijn verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst bij het verrichten van zijn taak van zijn eigen zaak maakt, naar de aard van die zaak, zoals zich in het bijzonder voordoet bij een auto, risico's van ernstige beschadiging van die zaak meebrengt, niet alleen door eventuele fouten van derden, maar ook met het "ervaringsfeit" dat de dagelijkse omgang met dergelijke zaken de gebruiker daarvan licht ertoe zal brengen niet steeds alle voorzichtigheid in acht te nemen die ter voorkoming van ongevallen geraden is. Voor de beoordeling van een dergelijk geval moet worden acht geslagen op het stelsel van het arbeidsrecht zoals dit sinds 1 januari 1992 uitdrukking heeft gevonden in art. 6:170 lid 3 en art. 7A:1639da BW (thans art. 7:661 BW) en dat ook vóór die datum meebracht dat zo de werknemer ten tijde van het ongeval niet zijn eigen zaak, zijn eigen auto, gebruikte maar die van zijn werkgever of van een derde die zijn werkgever voor de door het ongeval veroorzaakte schade aanspreekt, de werkgever de door de schuld van de werknemer aan de zaak veroorzaakte schade in beginsel zelf zal hebben te dragen en deze niet op de werknemer zal kunnen verhalen behoudens het geval dat sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. Met dit stelsel strookt en in verband daarmee vloeit uit de aard van de arbeidsovereenkomst uit de eisen van de redelijkheid en billijkheid bedoeld in art. 6:248 lid 1 BW voort - zo vervolgde de Hoge Raad - dat de werkgever ook in geval de auto ten tijde van het ongeval aan de werknemer zelf toebehoorde, in beginsel de daaraan ontstane schade heeft te dragen, behoudens het geval dat deze is ontstaan door opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. Deze regel geldt slechts "in beginsel": uit een desbetreffend beding, bijvoorbeeld met betrekking tot de autokosten, kan anders voortvloeien. Zo kan het zijn dat de toekenning van deze kosten mede ertoe strekt om eventuele verhaalbare schaden aan de auto of de premie van een hierop betrekking hebbende verzekering te vergoeden. Aldus de Hoge Raad in zijn arrest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d8dafaeef3b8da96763dcbca5ffe482e700bfe3ae1bee512840819e7d944452c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d8dafaeef3b8da96763dcbca5ffe482e700bfe3ae1bee512840819e7d944452c, en de alinea staat in dat document op bytes 8752 tot 11562.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d8dafaeef3b8da96763dcbca5ffe482e700bfe3ae1bee512840819e7d944452c | shasum -a 256