Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002
Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2113.
In de feitelijke instanties heeft [eiser] nog geen beroep kunnen doen op het arrest HR 12 januari 2001, NJ 2001, 253, m.nt. PAS. Dit arrest is immers pas gewezen nadat de cassatiedagvaarding was uitgebracht; in de schriftelijke toelichting in cassatie wordt nog aan dit arrest gerefereerd. Wél heeft [eiser] in appèl een beroep gedaan op het vonnis a quo (een vonnis van de Rechtbank Zutphen) dat de Hoge Raad in zijn arrest van 12 januari 2001 sauveerde met de overweging dat de Rechtbank, oordelend zoals zij had gedaan, niet blijk had gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. In deze zaak ging het om een werknemer die een door zijn werkgever ter beschikking gesteld busje bestuurde en die na het beëindigen van de werkzaamheden op de werkplek, op de terugreis naar het bedrijf van de werkgever door zijn schuld een ongeval veroorzaakte waarbij hij letselschade opliep. (De werknemer was met een collega door zijn in Aalsmeer gevestigde werkgever uitgeleend aan een in Didam gevestigde onderneming ten behoeve van het verrichten van werkzaamheden in Amsterdam.) De Rechtbank heeft de volgende omstandigheden als relevant aangemerkt:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d8dafaeef3b8da96763dcbca5ffe482e700bfe3ae1bee512840819e7d944452c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d8dafaeef3b8da96763dcbca5ffe482e700bfe3ae1bee512840819e7d944452c, en de alinea staat in dat document op bytes 11570 tot 12722.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d8dafaeef3b8da96763dcbca5ffe482e700bfe3ae1bee512840819e7d944452c | shasum -a 256