Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Alinea 101 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2115.

2.23 Dat het hof in rov. 4.14 de genoemde rov. 4.2 en 4.4-4.6(16) van de rechtbank heeft onderschreven, impliceert voorts dat het hof, evenals de rechtbank, mede gelet op de professionaliteit van de bij de opstelling daarvan betrokken onderhandelaars, doorslaggevende betekenis aan de tekst van de intentieverklaring, de lenings- en de optie-overeenkomst heeft toegekend. De door Crescendo in het geding gebrachte getuigenverklaringen doen aan die betekenis niet af; zij wijzen volgens rechtbank en hof niet in een andere richting. Hieraan heeft het hof in rov. 4.14 nog toegevoegd, dat gesteld noch gebleken is dat Bonoparti c.s., [verweerster 3] en Crescendo ooit hebben gesproken over de voorwaarden waaronder Crescendo nadere gelden ter beschikking zou stellen en dat Bonoparti c.s. en [verweerster 3] daartoe ook nimmer een voorstel aan Crescendo hebben gedaan. In een en ander ligt besloten dat het aangeboden bewijs in de optiek van het hof andere feiten en omstandigheden betreft dan concreet overleg (laat staan: een door partijen bereikte overeenstemming) over de voorwaarden voor beschikbaarstelling van nadere middelen door Crescendo. Om die reden heeft het hof het desbetreffende bewijsaanbod van Bonoparti c.s. als irrelevant gepasseerd. Naar mijn mening is dit sterk met de feiten verweven oordeel, dat in cassatie maar beperkt toetsbaar is, niet onbegrijpelijk, zodat ook subonderdeel 2.4 faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3f8404b23ee9ede0da812b7cf7d08fdba3d99bcd72d75472db1d6a6fe9ac30e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3f8404b23ee9ede0da812b7cf7d08fdba3d99bcd72d75472db1d6a6fe9ac30e, en de alinea staat in dat document op bytes 49264 tot 50688.