Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002
Alinea 115 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2115.
2.29 De subonderdelen 4.1-4.2 komen op tegen rov. 4.19 van het hof en strekken ten betoge, dat onjuist is, althans onvoldoende begrijpelijk is gemotiveerd, dat het hof nog enige betekenis toekent aan de intentieverklaring, althans daarin een grondslag ziet voor de nakomingsactie van Crescendo. In de subonderdelen wordt daartoe aangevoerd, dat met de totstandkoming van de optie- en de leningsovereenkomst de intentieverklaring reeds naar haar aard was uitgewerkt en dat art. 9 van de optie-overeenkomst en art. 14 van de leningsovereenkomst bovendien uitdrukkelijk bepalen dat deze overeenkomsten in de plaats treden van alle daarvoor gemaakte afspraken. In de gedachtegang van de subonderdelen hebben partijen in de periode van 5 januari 1998 tot 16 februari 1998 kennelijk besloten dat een levering van de aandelen in [verweerster 3] niet meer aan de orde was.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3f8404b23ee9ede0da812b7cf7d08fdba3d99bcd72d75472db1d6a6fe9ac30e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3f8404b23ee9ede0da812b7cf7d08fdba3d99bcd72d75472db1d6a6fe9ac30e, en de alinea staat in dat document op bytes 56058 tot 56935.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f3f8404b23ee9ede0da812b7cf7d08fdba3d99bcd72d75472db1d6a6fe9ac30e | shasum -a 256