Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Alinea 138 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2115.

2.42 De subonderdelen 5.1-5.2 klagen, dat het hof in rov. 4.22 in het midden heeft gelaten of, en zo ja, welk(e) artikel(en) van de intentieverklaring, de leningsovereenkomst en de optie-overeenkomst op grond van het bepaalde in art. 2:207c BW nietig zijn, nu nietigheid van de mogelijk daarvoor in aanmerking komende bepalingen niet tot nietigheid van de overige bepalingen of van die verklaring en die overeenkomsten in haar geheel zou leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3f8404b23ee9ede0da812b7cf7d08fdba3d99bcd72d75472db1d6a6fe9ac30e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3f8404b23ee9ede0da812b7cf7d08fdba3d99bcd72d75472db1d6a6fe9ac30e, en de alinea staat in dat document op bytes 65966 tot 66424.