Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002
Alinea 172 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2115.
19 HR 20 mei 1988, NJ 1988, 781; HR 20 mei 1994, NJ 1994, 574; HR 3 maart 1995, NJ 1995, 451, m.nt. PAS; Asser/Hartkamp 4-II, Algemene leer der overeenkomsten, 11e druk (2001), nr. 280; M.W. Hesselink, De redelijkheid en billijkheid in het Europese privaatrecht, diss. (1999), blz. 140 e.v.. Zie ook: art. 8 lid 3 Weens Koopverdrag (Trb. 1981, 184 en 1986, 61): "Bij het bepalen van de bedoeling van een partij of de zin die een redelijk persoon daaraan zou hebben toegekend, dient naar behoren rekening te worden gehouden met alle ter zake dienende omstandigheden van het geval, waaronder begrepen de onderhandelingen, eventuele handelwijzen die tussen partijen gebruikelijk zijn, gewoonten en alle latere gedragingen van partijen."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3f8404b23ee9ede0da812b7cf7d08fdba3d99bcd72d75472db1d6a6fe9ac30e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3f8404b23ee9ede0da812b7cf7d08fdba3d99bcd72d75472db1d6a6fe9ac30e, en de alinea staat in dat document op bytes 73221 tot 73967.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f3f8404b23ee9ede0da812b7cf7d08fdba3d99bcd72d75472db1d6a6fe9ac30e | shasum -a 256