Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2115.

1.6 De rechtbank heeft bij vonnis van 14 juli 1999 de vorderingen in conventie van [verweerster 1] en [verweerster 2] afgewezen. De reconventionele vorderingen van Bonoparti c.s. heeft de rechtbank voor wat betreft de opheffing van het (resterende) beslag met nevenveroordelingen toegewezen. Voor het overige heeft de rechtbank de reconventionele vorderingen van Bonoparti c.s afgewezen. De reconventionele vordering van [verweerster 3] met betrekking tot de opheffing van het (resterende) beslag heeft de rechtbank eveneens met nevenveroordelingen toegewezen. Voorts heeft de rechtbank [verweerster 1] en [verweerster 2] hoofdelijk veroordeeld tot betaling van alle door [verweerster 3] geleden en/of nog te lijden schade ten gevolge van het onrechtmatig handelen en/of nalaten van Crescendo jegens [verweerster 3], nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet. Het onder 1.5 sub (iii) weergegeven deel van de reconventionele vordering van [verweerster 3] heeft de rechtbank bij gebrek aan belang afgewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3f8404b23ee9ede0da812b7cf7d08fdba3d99bcd72d75472db1d6a6fe9ac30e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3f8404b23ee9ede0da812b7cf7d08fdba3d99bcd72d75472db1d6a6fe9ac30e, en de alinea staat in dat document op bytes 17956 tot 18992.