Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Alinea 65 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2115.

Met het voorgaande is niet gezegd dat een prognose omtrent een door een bestuursorgaan te nemen besluit of het oordeel daarover van de bevoegde bestuursrechter nimmer aan de burgerlijke rechter zou vrijstaan. De strekking van subonderdeel 1.4, dat tegen rov. 4.9 is gericht, is echter niet dat een dergelijke prognose aan het hof vrijstond, maar dat het hof daartoe was gehouden. Voor een dergelijke gehoudenheid zie ik echter geen grond, ook niet in wat mr. Van Vlijmen in nr. 1.3 van zijn schriftelijke toelichting over de wederzijdse belangen van partijen heeft gesteld. Dat Crescendo bij een voor haar negatieve beslissing van het bevoegde bestuursorgaan en de bevoegde bestuursrechter uiteindelijk met lege handen zal staan, doet niet af aan haar belang bij de (voorwaardelijke) vordering. Ook de belangen van Bonoparti c.s. dwongen het hof naar mijn mening niet tot een prognose omtrent de afgifte van een vvgb. Bonoparti c.s. stellen weliswaar dat zij thans in een langdurige en kostbare procedure worden gedrongen. Voor duur en kosten van de civiele procedure maakt het echter in beginsel geen verschil of de burgerlijke rechter het bestuursrechtelijke traject voor Crescendo al dan niet "kortsluit" door op de uitkomsten daarvan vooruit te lopen. Overigens is het niet uitgesloten dat het hof aan een eventueel te treffen voorziening voorwaarden zal verbinden om het bestuursrechtelijke traject zoveel mogelijk in duur te beperken, bij voorbeeld door Crescendo te verplichten een vvgb alsnog binnen zekere termijn te verzoeken. Aldus kan ook tegemoet worden gekomen aan het in subonderdeel 1.4 gesignaleerde bezwaar dat het bestuursrechtelijke traject van het initiatief van Crescendo afhankelijk is. Dat, zoals Bonoparti c.s. stellen, een voorwaardelijke veroordeling tot levering van de aandelen wellicht niet tot een bevredigende uitkomst met betrekking tot de proceskosten zal leiden in het geval dat de voorwaarde niet blijkt te kunnen worden vervuld, is ten slotte evenmin een dwingend argument om van een dergelijke veroordeling af te zien. Het hof moet hoe dan ook nog over de proceskosten beslissen en zou, indien het dat geraden zou oordelen, onzekerheden over de uitkomst van de bestuursrechtelijke procedure zeer wel in een met betrekking tot de proceskosten te treffen voorziening kunnen verdisconteren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3f8404b23ee9ede0da812b7cf7d08fdba3d99bcd72d75472db1d6a6fe9ac30e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3f8404b23ee9ede0da812b7cf7d08fdba3d99bcd72d75472db1d6a6fe9ac30e, en de alinea staat in dat document op bytes 24696 tot 27034.