Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002
Alinea 80 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2115.
2.13 Subonderdeel 2.1 klaagt, dat het hof in rov. 4.14-4.16 grondbeginselen van procesrecht zoals die van hoor en wederhoor en fair trial heeft geschonden, door rov. 4.2 van het vonnis van de rechtbank te onderschrijven en aldus betekenis toe te kennen aan getuigenverklaringen,(15) afgelegd in een voorlopig getuigenverhoor waarin Bonoparti c.s. geen partij waren. Het subonderdeel voert aan dat Bonoparti c.s. niet in de gelegenheid zijn geweest tot het stellen van vragen en tot het leveren van tegenbewijs in een contra-enquête als bedoeld in art. 194 Rv (oud).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3f8404b23ee9ede0da812b7cf7d08fdba3d99bcd72d75472db1d6a6fe9ac30e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3f8404b23ee9ede0da812b7cf7d08fdba3d99bcd72d75472db1d6a6fe9ac30e, en de alinea staat in dat document op bytes 35227 tot 35806.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f3f8404b23ee9ede0da812b7cf7d08fdba3d99bcd72d75472db1d6a6fe9ac30e | shasum -a 256