Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002
Alinea 89 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2115.
2.17 Dat de in een voorlopig getuigenverhoor afgelegde verklaringen worden gebruikt in een procedure, zònder dat partijen alle bij het verhoor aanwezig of vertegenwoordigd zijn geweest, is in art. 219 lid 2 (oud) Rv uitdrukkelijk voorzien. De omstandigheid dat niet alle partijen bij het verhoor aanwezig of vertegenwoordigd zijn geweest, staat wettelijk niet aan het gebruik van de daarin afgelegde verklaringen in de weg, maar kan de rechter wel aanleiding geven die verklaringen buiten beschouwing te laten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3f8404b23ee9ede0da812b7cf7d08fdba3d99bcd72d75472db1d6a6fe9ac30e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3f8404b23ee9ede0da812b7cf7d08fdba3d99bcd72d75472db1d6a6fe9ac30e, en de alinea staat in dat document op bytes 40889 tot 41413.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f3f8404b23ee9ede0da812b7cf7d08fdba3d99bcd72d75472db1d6a6fe9ac30e | shasum -a 256