Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002
Alinea 96 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2115.
"Crescendo is door het in het geding brengen van de verklaringen en het accepteren van de verklaringen door de rechtbank, als het ware in de gelegenheid gesteld om getuigenbewijs te leveren. Bonoparti is echter niet in de gelegenheid gesteld om van haar vragenrecht ex artikel 205 lid 2 Rv gebruik te maken en vragen te stellen aan deze getuigen. Evenmin is zij in de gelegenheid gesteld tot het houden van een contra-enquête ex artikel 194 Rv, terwijl Bonoparti wel getuigenbewijs had aangeboden. De rechtbank heeft daarmee elementaire regels van procesrecht geschonden. Indien de grieven van Crescendo door het hof worden gevolgd, dan dient Crescendo haar stellingen alsnog te bewijzen door het eventueel horen van de bewuste getuigen en dient Bonoparti in de gelegenheid te worden gesteld tot het stellen van vragen aan deze getuigen en het leveren van tegenbewijs."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3f8404b23ee9ede0da812b7cf7d08fdba3d99bcd72d75472db1d6a6fe9ac30e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3f8404b23ee9ede0da812b7cf7d08fdba3d99bcd72d75472db1d6a6fe9ac30e, en de alinea staat in dat document op bytes 46187 tot 47071.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f3f8404b23ee9ede0da812b7cf7d08fdba3d99bcd72d75472db1d6a6fe9ac30e | shasum -a 256