Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Alinea 97 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2115.

2.20 Kennelijk heeft het hof de geciteerde passage aldus opgevat, dat daarin niet een welbepaald bewijsaanbod wordt gedaan, maar dat daarin aanspraak wordt gemaakt op een bepaalde wijze van instructie, aldus dat de reeds beschikbare getuigenverklaringen niet worden toegelaten, dat aan Crescendo alsnog (getuigen)bewijs van de uit die verklaringen blijkende feiten en omstandigheden wordt opgedragen en dat Bonoparti c.s., als noodzakelijk sequeel van deze gang van zaken, tot een contra-enquête (of tot op andere wijze te leveren tegenbewijs) worden toegelaten. Met hun aldus opgevatte verzoek om tot het leveren van tegenbewijs te worden toegelaten, bouwen Bonoparti c.s. voort op de onjuiste veronderstelling dat aan de reeds beschikbare getuigenverklaringen geen betekenis mocht worden toegekend. De subonderdelen 2.2-2.3 delen daarom het lot van subonderdeel 2.1 en kunnen evenmin tot cassatie leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3f8404b23ee9ede0da812b7cf7d08fdba3d99bcd72d75472db1d6a6fe9ac30e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3f8404b23ee9ede0da812b7cf7d08fdba3d99bcd72d75472db1d6a6fe9ac30e, en de alinea staat in dat document op bytes 47091 tot 48011.