Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Alinea 108 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2117.

4.9.1 Het in rov. 4.8.3 genoemde oordeel bedoelt ongetwijfeld voort te bouwen op 's Hofs onder 4.8.1 en 2 weergegeven oordeel. In mijn eigen woorden gezegd komt het neer op het volgende: thans (in 2000, het jaar van 's Hofs arrest) is geen relevant materiaal meer voorhanden om een verantwoord oordeel te vellen over hetgeen [verweerster], gelet op haar eerdere werkzaamheden, na 1984 had kunnen verdienen. Daarom maakt het Hof zich los van het arbeidsverleden van [verweerster] en richt het zich op de onder 4.8.2 genoemde vraag die onmiskenbaar voortbouwt op hetgeen onder 4.8.1 onder d werd vermeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8b4d79eb45eff2fe1ad52074c7a7b3995e567ad1a40958296a93adf9032d7269. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8b4d79eb45eff2fe1ad52074c7a7b3995e567ad1a40958296a93adf9032d7269, en de alinea staat in dat document op bytes 28297 tot 28913.