Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Alinea 145 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2117.

4.26.2 Volgens Verheij is de vraag of een smartengeld-vordering kan worden gehonoreerd naar geldend recht niet gemakkelijk te beantwoorden.(29) Hij meent dat de rechtshandhavingsfunctie de sleutel is die de poort naar vergoeding opent; in dat verband tekent hij aan dat gezinsuitbreiding een ingrijpende verandering van het persooonlijk leven is en "derhalve" een inbreuk op de privacy vormt.(30) Daartegen pleit, nog steeds volgens Verheij, dat de rechtshandhaving sowieso reeds aan bod komt omdat materiële schade moet worden vergoed. Zelf zou hij "er geen moeite mee hebben om steeds smartengeld toe te kennen wegens een inbreuk op het recht op gezinsplanning".(31) Extra rechtshandhaving acht hij in deze context "verdedigbaar". Ook niet-toekenning is in zijn ogen verdedigbaar.(32)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8b4d79eb45eff2fe1ad52074c7a7b3995e567ad1a40958296a93adf9032d7269. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8b4d79eb45eff2fe1ad52074c7a7b3995e567ad1a40958296a93adf9032d7269, en de alinea staat in dat document op bytes 42671 tot 43472.