Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Alinea 153 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2117.

4.29.3 Ook zou kunnen worden beklemtoond - en daarvoor valt meer te zeggen - dat art. 6:106 lid 1 onder b BW een zekere verruiming biedt ten opzichte van het oude recht, waarbij het m.i. niet noodzakelijk is om nauwkeurig aan te geven waar dat het geval is. [Verweerster] vindt bij deze benadering geen baat omdat deze procedure, naar het Hof in cassatie niet bestreden, heeft geoordeeld, door het oude recht wordt beheerst. Mocht Uw Raad menen dat de vordering thans wel mogelijk is, dan lijkt het met het oog op de rechtsontwikkeling en (vermoedelijk vele) zaken waarin die vraag speelt zinvol zulks aan te geven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8b4d79eb45eff2fe1ad52074c7a7b3995e567ad1a40958296a93adf9032d7269. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8b4d79eb45eff2fe1ad52074c7a7b3995e567ad1a40958296a93adf9032d7269, en de alinea staat in dat document op bytes 45751 tot 46379.