Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002
Alinea 158 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2117.
4.32 Bezien vanuit juridische optiek gaan de vergelijkingen mank. Hoe men ook moge denken over de wenselijkheid van toekenning van smartengeld in gevallen als zojuist bedoeld, zij past binnen het stelsel van de wet en is daarmee in feite onvermijdelijk.(52)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8b4d79eb45eff2fe1ad52074c7a7b3995e567ad1a40958296a93adf9032d7269. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8b4d79eb45eff2fe1ad52074c7a7b3995e567ad1a40958296a93adf9032d7269, en de alinea staat in dat document op bytes 48093 tot 48364.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8b4d79eb45eff2fe1ad52074c7a7b3995e567ad1a40958296a93adf9032d7269 | shasum -a 256