Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Alinea 165 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2117.

4.39 Vooropgesteld zij dat in casu m.i. geen sprake is van een situatie waarin de wenselijkheid van een vergoedingsplicht zich opdringt. Daarvoor zijn, als gezegd, wél argumenten aan te voeren; argumenten die zeker ook gewicht in de schaal leggen. Niet te ontkennen valt dat verstoring van een gewenste toekomst een ingrijpende aangelegenheid is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8b4d79eb45eff2fe1ad52074c7a7b3995e567ad1a40958296a93adf9032d7269. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8b4d79eb45eff2fe1ad52074c7a7b3995e567ad1a40958296a93adf9032d7269, en de alinea staat in dat document op bytes 51319 tot 51680.