Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002
Alinea 171 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2117.
wordt over het hoofd gezien dat er (in veruit de meeste gevallen) een leven is nadat het kind het huis zal hebben verlaten om bijvoobeeld te gaan studeren, werken of trouwen. In veel gevallen (niet in alle, maar wat kan een rechter daarover in een concreet geval zeggen?) komt er een moment waarop kinderen vooral een bron van troost en vreugde (kunnen) zijn. Als men de niet materiële gevolgen van de geboorte op geld wil gaan waarderen, is er geen goede grond om met deze laatste omstandigheid géén rekening te houden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8b4d79eb45eff2fe1ad52074c7a7b3995e567ad1a40958296a93adf9032d7269. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8b4d79eb45eff2fe1ad52074c7a7b3995e567ad1a40958296a93adf9032d7269, en de alinea staat in dat document op bytes 52522 tot 53058.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8b4d79eb45eff2fe1ad52074c7a7b3995e567ad1a40958296a93adf9032d7269 | shasum -a 256