Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Alinea 199 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2117.

5.9 [Verweerster] ziet er trouwens aan voorbij dat, blijkens rov. 6.4, zij door de griffier van het Hof opmerkzaam is gemaakt op de omstandigheid dat het door haar gedane verzoek bij afzonderlijk verzoekschrift moest worden gedaan. Het Hof signaleert met juistheid dat [verweerster] daarop niet heeft gereageerd, waarbij het college stellig het oog heeft op hetzij het op de juiste wijze indienen van een dergelijk verzoek dan wel het bij akte of anderszins aangeven dat zij bewijs aanbood van haar stellingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8b4d79eb45eff2fe1ad52074c7a7b3995e567ad1a40958296a93adf9032d7269. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8b4d79eb45eff2fe1ad52074c7a7b3995e567ad1a40958296a93adf9032d7269, en de alinea staat in dat document op bytes 61557 tot 62080.