Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002
Alinea 202 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2117.
5.12 Onderdeel 3 kant zich tegen 's Hofs oordeel dat bij de bepaling van de omvang der vergoeding rekening moet worden gehouden met de omstandigheid dat sprake is van "een kennelijk onopzettelijke fout". Als ik het goed zie dan gaat de klacht ervan uit dat 's Hofs oordeel moet worden geplaatst in de sleutel van rechterlijke matiging. Bronnen voor de opvatting dat de mate van verwijtbaarheid zonder belang is, geeft de s.t. niet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8b4d79eb45eff2fe1ad52074c7a7b3995e567ad1a40958296a93adf9032d7269. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8b4d79eb45eff2fe1ad52074c7a7b3995e567ad1a40958296a93adf9032d7269, en de alinea staat in dat document op bytes 62907 tot 63351.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8b4d79eb45eff2fe1ad52074c7a7b3995e567ad1a40958296a93adf9032d7269 | shasum -a 256