Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002
Alinea 87 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2117.
3.4 Mogelijk meent [verweerster] (of degene die deze procedure subsidieert) dat het principiële gelegen is in de vraag wat rechtens heeft te gelden wanneer, na verloop van jaren, niet met stelligheid valt aan te geven wat de vrouw, de geboorte weggedacht, zou hebben verdiend. Ook dat lijkt mij veeleer een feitelijke dan een juridische vraag. Met juistheid heeft het Hof er in dat verband op gewezen dat aan het bewijs van hypothetische arbeidsinkomsten geen strenge eisen mogen worden gesteld.(7)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8b4d79eb45eff2fe1ad52074c7a7b3995e567ad1a40958296a93adf9032d7269. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8b4d79eb45eff2fe1ad52074c7a7b3995e567ad1a40958296a93adf9032d7269, en de alinea staat in dat document op bytes 22142 tot 22654.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8b4d79eb45eff2fe1ad52074c7a7b3995e567ad1a40958296a93adf9032d7269 | shasum -a 256